1.5 De keuze. de cultuurhistorische hoofdstructuur (chs) van Peelland

Elke vierkante meter van het landschap bevat informatie over de geschiedenis van dat landschap. In cultuurhistorisch opzicht vertoont het landschap dus geen ‘gaten’: overal – op elke plek – kunnen we wel iets zeggen over wat zich daar in het verleden heeft afgespeeld. In het kader van de ruimtelijke besluitvorming wordt van de cultuurhistorische disciplines, net als van andere disciplines en sectoren, echter gevraagd om afwegingen te maken. Daar komt natuurlijk bij dat niet alle historische objecten en cultuurlandschappen even relevant zijn voor de wetenschap, het historisch verhaal, de belevingswaarde of de ruimtelijke kwaliteit. Er moeten derhalve keuzes worden gemaakt. Niet alles kan in de huidige vorm behouden blijven. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Peelland is het resultaat van een dergelijke afweging.

 

De opzet van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur is eenvoudig. De structuur bestaat in de eerste plaats uit veertien gebieden, de zogenaamde Waardevolle Cultuurlandschappen (WCL, fig. 3; kaartbijlage 1). Deze cultuurlandschappen zijn van regionale of bovenregionale -soms nationale- betekenis omdat ze een unieke of juist representatieve rol hebben gespeeld in de Peellandse geschiedenis, en omdat ze een bijzondere bijdrage leveren aan de ruimtelijke verscheidenheid van Peelland. In de meeste gevallen grenst een Waardevol Cultuurlandschap aan tenminste twee andere Waardevolle Cultuurlandschappen. Daarnaast worden ze onderling verbonden door regionale patronen van lijnelementen: de Waardevolle Lijnelementen (WLE). Deze laatste omvatten de waterlopen (beken, vaarten en kanalen), landwegen en spoorwegen, alsmede (politieke) grenzen die een belangrijke plaats innemen in de regionaal-historische ontwikkeling, en die samen met de geselecteerde cultuurlandschappen tot de ‘beelddragers’ van Peeland behoren. Het gaat dus, net als bij de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), om een ‘echte’ ruimtelijke structuur met gebieden en verbindingszones.

 

De hoofdstructuur is meer dan een eenvoudige optelsom van de samenstellende delen. Tesamen geven de Waardevolle Cultuurlandschappen een indruk van de historische ontwikkeling die Peelland in de loop van afgelopen duizenden jaren heeft doorgemaakt. Als geheel, maar elk gekozen landschap op zijn eigen manier, geven de gebieden een beeld van de regionale landschapsgeschiedenis en de variaties die daarin zijn opgetreden in de loop van de tijd. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Peelland omvat de volgende Waardevolle Cultuurlandschappen (fig. 3):

 

  1. De Boerdonkse Kampen en Lieshoutse Heide: relict van een Pleistoceen beekdallandschap
  2. Lieshout (Broek-Achterbosch-Deense Hoek-’t Hof): een verscholen hoevenlandschap uit de Middeleeuwen
  3. Aarle-Rixtel en het stroomdal van de Goorloop: een organisch gegroeid cultuurlandschap met een grote tijdsdiepte
  4. De Broekkant en het Broek: een overstromingsvlakte met een lange gebruiksgeschiedenis
  5. Gemert: een gaaf cultuurlandschap met een opeenvolging van oude ontginningscomplexen en 19de/20ste-eeuwse heideontginningen
  6. Bakel-Milheeze: de lange-termijngeschiedenis van een landschap langs een (pre)historische route
  7. De Kaweische Loop en Vlier: de historisch-ecologische ontwikkeling van twee stroomdallandschappen
  8. Vlierden en het stroomdal van de Astense Aa
  9. De ontginningen bij Liessel-Neerkant en het verveningslandschap van de Deurnse Peel en Helenaveen
  10. Het groene cultuurlandschap te zuiden van Asten
  11. De gehuchten tussen Someren, Asten en Lierop: de Middeleeuwse ontginning van een vochtig landschap
  12. De Somerensche en Lieropsche Heide: de langdurige ontwikkelingsgeschiedenis van een heidelandschap
  13. Mierlo: een cultuurlandschap met uiteenlopende historische gebruiksfuncties
  14. Het Dommeldal bij Nuenen (Nuenen-Gerwen-Nederwetten): een overstromingsvlakte met een bijzondere nederzettingsstructuur

 

Deze keuze laat een grote variatie zien aan ruimtelijk-landschappelijke karakteristieken en chronologische ‘signaturen’. De WCL 1, 4, 7, 8 en 14 zijn overstromings- en beekdallandschappen die vooral op geomorfologische gronden zijn begrensd. De WCL 3, 5, 6, 9, 10 en 13 beslaan echter grote delen van historische dorpsgebieden, inclusief de bebouwing, akkercomplexen en gemeynten. Deze landschappen zijn dus vooral in cultuurlandschappelijke en historisch-economische zin geduid. De WCL 2, 6, 11 en 12 omvatten weer specifieke uitsneden van cultuurlandschappen, zoals een gemeynt, de stroken langs een oude route, en zones met gehuchten en afzonderlijke hoeven. Ook in chronologisch opzicht vertonen de gekozen WCL verschillen. Sommige WCL, met name WCL 1, 2, 8 en 11, bevatten bijzondere informatie over één bepaalde uitsnede van de landschapsgeschiedenis, zoals de Volle en Late Middeleeuwen. WCL 3 is daarentegen een voorbeeld van een organisch gegroeid landschap dat uit elke fase van zijn ontwikkelingsgeschiedenis wel wat sporen en structuren heeft meegenomen. De jongere landschapsgeschiedenis (de 19de en 20ste eeuw) is goed zichtbaar in WCL  5, 6, 9 en 10. Deze WCL vertonen ruimtelijke opeenvolgingen waaraan we hun historische ontwikkeling tevens kunnen aflezen. Bovendien verraadt hun genese breuken, en niet alleen trage ontwikkelingen en patronen van continuïteit. De WCL 4, 6 en 12 bevatten weer informatie over historische ontwikkelingen in het landschap over de zeer lange termijn, van de laatste ijstijd tot heden.

 

Ook zijn bij de keuze allerlei thematische accenten gelegd. Nu eens bevat een WCL bijzondere informatie over grensgeschillen in het verleden, dan weer over de geschiedenis van de vegetatie of nederzettingsvormen. Hiermee is niet gezegd dat deze accenten exclusief zijn voor het betreffende WCL. Historische informatie over grensgeschillen is bijvoorbeeld voorhanden voor alle landschappen en dorpsgebieden in Peelland, zij het in wisselende mate en kwaliteit.

 

Zoals gezegd is de Cultuurhistorische Hoofstructuur van Peelland het resultaat van een nieuwe keuze, uitgaande van een nieuwe methode. De kaart geeft aan, uitgaande van de biografische benadering, waar we de waardevolle cultuurlandschappen van Peelland kunnen vinden. Dat neemt niet weg dat de selectie in hoge mate overeenstemt met eerder gemaakte keuzes. Zo is de hoofdstructuur consistent met de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Bijna alle vlakken in Peelland waarvoor de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant een zeer hoge, hoge of redelijk hoge waarde aangeeft, zijn gesitueerd binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Peelland omvat dus alle cultuurhistorische waarden met een harde streekplanstatus. Hetzelfde geldt voor de meeste waardevolle stedebouwkundige structuren in het gebied. Daaruit blijkt al dat de gekozen landschappen niet alleen van regionale, maar ook van boven-regionale (provinciale) betekenis zijn. Voor enkele WCL geldt zelfs dat ze zonder twijfel van nationaal belang zijn, zoals de ontginnings- en verveningslandschappen van WCL 9 en 10 en het in en langs het Dommeldal gelegen WCL14. Het eerstgenoemde maakt deel uit van Belvederegebied Helenaveen-Griendtsveen, het laatstgenoemde van het Belvederegebied Dommeldal.

 

De gekozen landschappen verschillen qua oppervlak. Sommige WCL – zoals het beekdallandschap van WCL7- zijn klein, andere -zoals WCL5 en 6- opvallend groot. Ook dit verschil is niet indicatief voor de historische waarde en ruimtelijke kwaliteit. De gekozen begrenzingen hangen telkens samen met de ruimtelijke karakteristiek en genese van het betreffende cultuurlandschap. Organisch gegroeide landschappen bezitten vaak een kleinschalige opbouw en structuur en daarom beslaan ze binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur kleine oppervlakken. Jongere ontginningslandschappen, zoals de jongste heideontginningen, zijn veelal planmatiger en grootschaliger van opzet. De essentie van de jonge cultuurlandschappen kan daardoor alleen worden getoond  in relatief grote gebieden. Alleen op deze wijze blijft iets herkenbaar van hun ruime maatvoering.

 

Ondanks deze argumenten mag de hier gemaakte keuze er nooit toe leiden dat de cultuurhistorische kwaliteiten van het Peelland ‘buiten’ de aangegeven WCL vogelvrij worden verklaard. Ook buiten de geselecteerde gebieden bevinden zich vanzelfsprekend waardevolle gebouwen, archeologische vindplaatsen en historisch-geografische patronen. We vinden er zelfs rijksmonumenten van hoge kwaliteit, die in zeker opzicht waardevoller zijn dan bepaalde stukken van de uiteindelijk gekozen WCL. Uiteindelijk zou -in de praktijk- weer moeten worden teruggekeerd naar het uitgangspunt dat overal, bij wijze van spreken op elke vierkante meter van Peelland, altijd wel iets kan worden gedaan met de cultuurhistorie. Maar er is wel sprake van een accentverschil. Binnen de gekozen cultuurlandschappen verdient de geschiedenis onze volle aandacht en inzet, gewoonweg omdat het landschap het daar in cultuurhistorisch opzicht verdient én een bijzondere bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit, verscheidenheid en belevingswaarde van Peelland.