1.2 Het project biografie van het Peellandschap

 

De belangrijkste doelstelling van het onderzoek was het verkrijgen van een overzicht van de cultuurhistorische waarden van het landschap in het reconstructiegebied, alsmede een cultuurhistorische karakterisering en prioritering van de verschillende deelgebieden van De Peel. Een belangrijk uitgangspunt daarbij was de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant.6 Bij het onderzoek werd een nieuwe benadering toegepast: de landschapsbiografie. Het project kreeg daarom de naam Biografie van Peelland. In een biografische benadering staan niet zozeer de (beschermde) monumenten centraal, maar wordt het onderzoek gericht op het samenhangende verhaal over de regionale landschapsgeschiedenis en de wijze waarop dat verhaal kan worden afgelezen aan plekken en patronen in het landschap. De landschapsbiografie wordt voor het Brabantse zandlandschap uitgewerkt door een interdisciplinaire onderzoeksgroep, in het kader van het project Biography of a sandy landscape van de Vrije Universiteit te Amsterdam.7 Dit project maakt deel uit van het stimuleringsprogramma Bodemarchief in Behoud en Ontwikkeling (BBO) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het project Biografie van Peelland startte in april 2002 en omvat verschillende deelstudies:

 

- Een bronnenkritiek en vergelijking van de verschillende archeologische databestanden voor het gebied. Het betreft in het bijzonder de gegevens uit het archeologisch informatiesysteem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) ten Amersfoort, de verschillende bestanden van de heemkundekringen van Peelland (SAS) en archeologische (opgravings)gegevens van de Hendrik Brunsting Stichting (HBS) van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De databestanden dienden te worden gecombineerd tot één integraal archeologisch bestand voor geheel Peelland.
- Een nieuwe versie van de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van het reconstructiegebied.

- Een studie van het regionale patroon van historische wegen en waterlopen in het gebied. Voor twee deelgebieden, de gemeenten Laarbeek en Someren, wordt dit patroon gedetailleerd in kaart gebracht en aangevuld met de historische verkavelingspatronen.

- Een studie van de 19de en 20ste-eeuwse landschapsontwikkeling, met nadruk op de regionale patronen (wegen, waterlopen en ontginningen c.q. ruilverkavelingen).

 

Al in de eerste fase van het onderzoek bleek dat de reconstructie ten behoeve van het streefbeeld snel moest kunnen beschikken over een regionaal overzicht van de cultuurhistorische karakteristieken van het landschap. Een streefbeeld is een integrale visie op de ruimtelijke en functionele inrichting van het reconstructiegebied op de lange termijn. Het verbeeldt hoe het reconstructiegebied er in 2015 uit zou moeten zien, hoe vorm kan worden gegeven aan de gewenste identiteit van het landschap en welke ontwikkelingsmogelijkheden zich in het gebied voordoen. Vanaf september 2002 concentreerde het cultuurhistorisch onderzoek zich vrijwel volledig op dit cultuurhistorisch overzichtsbeeld, hetgeen resulteerde in een Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van Peelland. Onderstaande tekst is een uitgebreide toelichting op deze hoofdstructuur.

 

Hoewel de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Peelland in eerste instantie bedoeld is voor de reconstructieopgave, kan ze een waardevolle leidraad zijn bij de voorbereiding van alle ruimtelijke ontwikkelingen en ingrepen in de regio. Het is immers van algemeen belang om de historische gelaagdheid en ruimtelijke verscheidenheid van nten voor het beheer en de ontwikkeling van natuur, voor het waterbeheer en voor de versterking van recreatie en toerisme. Bij het realiseren van al deze doelen kan de Cultuurhistorische Hoofdstructuur worden gebruikt als ondergrond en inspiratiebron voor het maken van plannen en keuzes.

 

Aan de totstandkoming van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Peelland hebben veel personen een waardevolle bijdrage geleverd. De auteurs bedanken Kees van Baaren (Mierlo) voor zijn inhoudelijke suggesties en werk in de begeleidingscommissie, Henk Hiddink (Vrije Universiteit) voor het redigeren van het rapport, Bert Brouwenstijn (Vrije Universiteit) voor het fraaie omslagontwerp en het bewerken van beeldmateriaal, Jaap Fokkema (Vrije Universiteit) voor cartografische ondersteuning, Har Kuijpers (Provincie Noord-Brabant, Afdeling WEC) voor zijn inhoudelijke suggesties, zijn participatie in de begeleidingscommissie en het beschikbaar stellen van beeldmateriaal, Joep van de Ven (Provincie Noord-Brabant, Reconstructie De Peel) voor begeleiding en advies vanuit de reconstructie, en Philip Verhagen (Adviesbureau RAAP) voor het converteren van het digitale kaartbestand naar ArcInfo. Henk Hiddink, Sander Hakvoort en Martin Schabbink (Vrije Universiteit) stelden de opgravingsplattegronden van respectievelijk figuur 9, 10 en 32 beschikbaar. De bijdrage van Jan Kolen werd mogelijk gemaakt dankzij subsidie van het stimuleringsprogramma Bodemarchief in Behoud en Ontwikkeling (BBO) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 

 

6 Provincie Noord-Brabant 2000.
7 Zie onder meer Van der Heijden et al. 2003.