1.1 Inleiding

Het Brabantse landschap zal in de nabije toekomst een gedaantewisseling ondergaan. Allereerst is sprake van een toenemende verstedelijking van het Brabantse platteland. Vooral langs de zuidelijke en de oostelijke rand van de provincie is in de afgelopen jaren een langgerekte stedenrij ontstaan: een Brabantse ‘zandstad’ waarbinnen stedelijke functies en het plattelandsleven niet meer zo gemakkelijk van elkaar te scheiden zijn. Daarom ziet de provincie de vormgeving van de stedelijke ruimte als een belangrijke opgave voor de toekomst. In de notitie Brabant Contrastrijk wordt duidelijk gemaakt dat het verleden daarbij een inspiratiebron vormt.1 Het historische contrast tussen de steden, de dorpen en het platteland zal waar mogelijk moeten worden hersteld.2

Fig. 1. De indeling van Noord-Brabant in reconstructiegebieden en de situering van het reconstructiegebied De Peel (bron Provincie Noord-Brabant).

 

Een tweede ruimtelijke opgave betreft het agrarische cultuurlandschap, dat het gezicht van Brabant altijd in hoge mate heeft bepaald. Van een traditioneel cultuurlandschap met uiteenlopende agrarische functies heeft het Brabantse zandlandschap zich in de afgelopen dertig jaar ontwikkeld tot een agrarisch productielandschap met een industrieel karakter. Inmiddels is duidelijk geworden dat de landbouw zich onmogelijk langs deze lijn verder kan ontwikkelen. Op veel plaatsen is een zeer hoge veedichtheid ontstaan, die gepaard gaat met een aantal problemen. De belangrijkste daarvan is de spanning tussen de economische gebruiksfuncties van het platteland en de kwaliteit van het milieu. Zo hebben landschap, water en natuur te lijden van de vermesting, verzuring, verdroging en/of eutrofiëring die is opgetreden door de intensivering van de veehouderij. Anderzijds kunnen veel agrarische bedrijven zich door de ruimtelijke druk en aangescherpte wet- en regelgeving niet langer ontwikkelen, zodat ze in hun voortbestaan worden bedreigd. In het kader van de reconstructie van de zandgebieden wordt naar oplossingen voor deze vraagstukken gezocht.

 

De Provincie Noord-Brabant heeft de reconstructiedoelen voor Midden- en Oost-Brabant nader uitgewerkt in het koepelplan Reconstructie aan zet.3 Dit plan is bedoeld als integrerend kader voor het provinciale beleid ten aanzien van het landelijk gebied, en dient tevens richtinggevend te zijn voor de reconstructiecommissies in Midden- en Oost-Brabant (fig. 1). Het belangrijkste doel van de reconstructie is het vergroten van de duurzaamheid en leefbaarheid van de zandgebieden, met name door het bieden van (nieuwe) perspectieven aan de landbouwbedrijven, het creëren van varkensvrije zones en de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Dit betekent dat niet alleen nieuwe kansen zullen ontstaan voor de veehouderij, maar ook voor zaken als natuur, landschap en recreatie. Met betrekking tot de laatstgenoemde aspecten wordt in het koepelplan ook de cultuurhistorie genoemd. Toch is bij de reconstructieopgave in Noord-Brabant tot op heden geen systematische aandacht geschonken aan de landschapsgeschiedenis en het erfgoed van stad en land. Een uitzondering daarop is de Reconstructie De Peel, waar de cultuurgeschiedenis van het gebied al vroeg in de planvorming is betrokken (fig. 1-2). Zo zijn landschap en cultuurhistorie – in samenhang – opgenomen in de Startnotitie milieueffectrapportage Reconstructie De Peel.4 Daarnaast is cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van een pilot-project van de reconstructie in de gemeente Gemert-Bakel.5 In dat kader zijn op basis van de cultuurhistorie ook zogenaamde ontwikkelplannen voorgesteld.

 

Om de cultuurhistorie een stevige plaats te kunnen geven in reconstructieopgave voor De Peel, was het echter noodzakelijk om aanvullend archeologisch, historisch-geografisch en architectuurhistorisch onderzoek te laten uitvoeren. Daartoe werd in januari 2002 door de Reconstructie De Peel en de Provincie Noord-Brabant (Beleidsafdeling Welzijn, Educatie en Cultuur) een subsidie verleend aan de Stichting Archeologisch Samenwerkingsverband Gewest Helmond e.o. (SAS). De opdracht voor het onderzoek werd verleend aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (Faculteit Letteren, Archeologie en Erfgoed Studies). Het onderzoek werd begeleid door een commissie van de SAS.

1 Provincie Noord-Brabant 1999.
2 Dit is tevens een van de uitgangspunten van het in februari 2002 door de provincie vastgestelde Streekplan.
3 Provincie Noord-Brabant 2001.
4 Kant et al. 2002.
5 PON 2001